Geheugen van Noord Commewijne

Hier worden de persoonlijke verhalen van de rechteroever verzameld. Ook verhalen van ex bewoners worden toegevoegd. We maken kennis met het dagelijks leven, uitdagingen, herinneringen, veranderingen en toekomstdromen.

Opa Rocklie

Voetbal en schildpadden bescherming op het Matapica strand

Toen er nog veel mensen in de plantage woonden, werden er vaak excursies naar het strand georganiseerd.

Pandit Karan

De ‘Londa ke Nach’, de dans van de jongen

Ik dans de ‘Londa ke Nach’. ‘Londa ke Nach’  betekent letterlijk ‘dans van de jongen’. Daarbij wordt een man verkleed als een vrouw; in een jurk, met make-up op en alles erop en eraan.

Tina Lachman

Tina’s geluk huis

Ik ben Tina Lachman, negentien jaar oud en kom uit Berbice in Guyana. Mijn moeder heeft drie dochters en een zoon.

Sila uit Bakkie

De golven namen het strand mee

Toen ik een jaar of 13 was ben ik met school naar het Matapicastrand geweest. We gingen schildpadden kijken, we moesten wachten tot het donker werd voordat de schildpadden uit zee kwamen.

Frederik Arasmali

De grond van mijn Opa

Wijlen mijn opa en oma hadden 10 kinderen, 6 meisjes en 4 jongens. Vlakbij het dorp hadden opa en oma een groot stuk grond en als klein meisje ging ik mee naar de grond met de hele familie.

Kris Persaud

Divali in Pomona

Ik ben Kris uit Guyana en woon hier in Pomona met mijn vrouw en kind. Mijn broer en zijn vrouw wonen ook in dit huis.

Mevrouw Dipai

Wij hebben heel hard gewerkt om ons op te bouwen

Ik ben mevrouw Dipai. Ik ben geboren in Commewijne en ik ben 56 jaar oud. De naam Dipai heb ik van mijn man; we zijn ondertussen al 41 jaar getrouwd.

Saoed Abdoelrahman

Het theater van Johanna Margarita

“Mijn vader had een bioscoop gekocht op Johanna Margaretha,” vertelt Saoed Abdoelrahman. “Als kleine jongen van amper 15 jaar, ging ik naar school maar ik moest ook meehelpen in de bioscoop als operator, terwijl mijn broer en zussen belast waren met de kaartenverkoop”.

Viresh Jewlal

De kapua van Johanna Margarita

Mijn zwager bracht een keer een kapua mee. Het knaagdier was ongeveer een maand oud, heel klein nog. Hij groeide op bij ons in het dorp, gewoon tussen de mensen, en hij at van alles: vruchten, rijst, brood.

Back To Top